DE AMBTENAAR.
Eens zijn militaire dienstplicht volbracht, die 18 maanden geduurd had, hervatte hij zijn werkzaamheden in Brussel. Er was nog steeds grote werkloosheid en de wens van zijn ouders was dat hij in het ministerie zou "binnengeraken".
Regelmatig verschenen er oproepen van het Vast Wervingssecretariaat in het dagblad. Dit organisme hield zich bezig met de recrutering en selectie van personeel voor de Ministeries. Reeds tijdens zijn dienst had hij meermalen aan een examen deelgenomen maar zonder veel succes.
Een dezer examens was voor het aanleggen van een wervingsreserve van 70 klerken en had plaats in het Paleis 5 van de Heysel. Er waren meer dan 2.000 kandidaten ! De dag van het examen, stonden zij in lange rijen aan te schuiven. Toen hij, bij het wachten, met de een en de andere een beetje babbelde, begon de moed hem in de schoenen te zinken. Velen hadden een diploma van hoger middelbaar, onderwijzer, regent of zelfs ingenieur ! Voor de functie van klerk was enkel een diploma vereist van lager middelbaar en hij stond tussen mannen die veel meer gestudeerd hadden; het zou terug op een sisser aflopen.
In de grote hall stonden tientallen lange tafels, t.t.z lange planken op schragen, en honderden ijzeren stapelstoeltjes. Iedereen had een nummer gekregen en zocht zijn plaats. Voor elke kandidaat lag er een bundeltje witte vellen papier in folioformaat. Op het eerste plakte er een bruine omslag waarin de kandidaat zijn naam en adres moest schrijven en dichtplakken. Op deze manier konden de correctoren niet zien wie de kandidaat was.
De vragen werden in sneltempo rondgedeeld.en iedereen begon te werken. Er waren niet veel vragen over wiskunde, geschiedenis, aardrijkskunde en een verhandeling. Hij werkte hard en snel, maar zoals altijd, ook op school, was hij te lui om alles te herlezen. Daardoor heeft hij steeds veel punten verloren. Hier zou het niet anders zijn. Om twaalf uur werd het examen stilgelegd en de bladen opgehaald.
Zij zouden per brief verwittigd worden over het resultaat.
Toen hij enkele weken later 's avonds van zijn werk kwam, stond zijn vader hem glunderend op te wachten in het station. Hij was geslaagd met het nummer 64. Hij zou ten gepaste tijde, zodra er een plaats vrij was, opgeroepen worden.
Na een zestal weken werd hij opgeroepen om zich aan te bieden in het Ministerie van Landsverdediging, Daillyplaats in Brussel. Hij kon nog niet ogenblikkelijk aanvangen aangezien hij eerst zijn vooropzeg moest geven bij zijn werkgever. Dit zou echter zeer snel gaan en enkele weken nadien zat hij terug in het bureau van het diensthoofd in het ministerie. Hij moest de eed afleggen Daarna zei deze dat hij zich maar in een hoek van het lokaal moest zetten en zijn gazet lezen. Ondertussen begon deze te zoeken waar men een klerk nodig had. Na een tiental telefoons kreeg hij een brief toegestopt met het adres van een dienst in de Prins Albertkazerne waar men op hem zat te wachten.
Daar aangekomen, wist niemand van niets. Het was kwart voor twaalf en de directeur, een kolonel, was reeds weg. Men gaf hem de raad ook te gaan eten en rond twee uur terug te komen.
Eens terug, wachtte men nog steeds op de kolonel en moest hij zich maar bezig houden. Hij nam terug zijn gazet en probeerde het kruiswoordraadsel op te lossen. Ondertussen gaf hij zijn ogen de kost. Hij zat in een groot lokaal waar een tiental bedienden, allemaal jonge vrouwen, werkten. Er werd veel over en weer gelopen met dikke dossiers. Hij zag en voelde dat men over hem aan het babbelen was en kreeg het benauwd, vooral als er nu en dan eens luid gelachen werd.
Het werd hem te gortig. Hij stond recht en ging bij een dikke officier vragen of hij nog nieuws had. Deze vertelde hem dat de kolonel vandaag niet meer terug zou komen. Ontgoocheld stopte hij zijn gazet in zijn boekentas en vertrok naar het station.
Zijn vader had reeds in de gebuurte verteld dat zijn zoon bij het ministerie aangenomen was en keek hem vragend aan bij zijn thuiskomst.
- "Wel, wat hebt ge daar allemaal gedaan vandaag ?"
- "Mijn gazet gelezen.Ze wisten niet wat zij met mij moesten aanvangen. Morgen moet ik weerkeren. Had ik verdomme niet mijn préavis gegeven op mijn werk, ik trok er weer naartoe !"
- "Allez, trek het je niet aan. Ge zijt binnen en dat is het voornaamste!"
Hij heeft het er vijf jaar uitgehouden en is terug naar de privé gevlucht. Zijn vader was kwaad en schold hem uit voor steenezel die niet aan zijn pensioen dacht !
Wie denkt er nu aan zijn pensioen als hij vijfentwintig is ?

ANDERE VERHALEN.